Het zal ergens rond 1993 geweest zijn. Tja, ik was pas laat het ouderlijk huis uit. En dan verhuisde ik nog maar naar twee straten verder. Maar het werd wel tijd, waarom? Als je al bijna dertig bent wordt wordt je zo’n zielig moederskindje. Doet me denken aan een typetje van van Kooten en de Bie. Dat een vrijgezelle oudere jongere met zijn moeder rondloopt in de stad en dat zijn moeder allerlei “leuke” dingen aanbeveelt en dat die knul dan alleen maar tussen zijn tanden door zegt: “Ik wil helemaal geen …. Ik wil een lekker wijf”. Niet dat dat nu mijn opzet was. 😉
Dus ik ging op mezelf wonen. Dan ga je naar huizen kijken. Koophuizen, huurhuizen. De eersten te duur en eigenlijk durfde ik ook niet zo goed. Dan maar huren, ingeschreven bij de woningbouwvereniging. En dan duurt het even voordat ze je wat aanbieden. De eerste paar huizen waren het niet helemaal maar op een gegeven moment kreeg ik een appartementje aangeboden wat me wel aan stond. Drie kamers, groot balkon met zon, niks mis mee.
Omdat ik al jaren lang een goede baan had heb ik goed kunnen sparen dus alles helemaal naar mijn smaak ingericht met best wel dure spullen.
En dan woon je er twee jaar en kom je de vrouw van je dromen tegen, of eigenlijk ‘kende’ ik haar al jaren maar was het er niet van gekomen om er serieus werk van te maken. De rest vertel ik wellicht later nog wel eens.